Column ‘we gaan nog niet van gas los’

Aardgas is uit. In Nederland althans, want de meeste landen zien de inzet van aardgas nog altijd als een noodzakelijke tussenoplossing om de emissies van kooldioxide op korte en middellange termijn substantieel terug te kunnen dringen. Deze ‘gasparadox’ – je hebt de minst belastende fossiele brandstof, aardgas, voorlopig nog hard nodig om klimaatdoelstellingen te halen – is onder kenners nauwelijks omstreden. Gerenommeerde instellingen zoals het Internationaal Energie Agentschap en een reeks denktanks gaan voor de komende jaren zelfs uit van een groeiende vraag naar aardgas. Niet alleen omdat dit nodig is om emissies terug te dringen maar daarnaast simpelweg doordat de vraag naar energie blijft toenemen. Die groei wordt voor een belangrijk deel ingevuld met aardgas.

Waarom wordt dit in een gasland als Nederland, dat nog steeds ca. 40 procent van zijn energiebehoefte dekt met aardgas, min of meer genegeerd? Ook of misschien wel juist door bestuurders en politici. Het antwoord luidt Groningen. Aardgas staat in de beeldvorming gelijk aan aardbevingen in de geteisterde provincie, dus moeten we er vanaf en wel snel. Dat in Groningen laagcalorisch gas wordt gewonnen, dat dit gas vervangen kan (en zal) worden door hoogcalorisch gas uit andere bronnen met stikstof te mengen en dat het terugdringen van de productie (dus) niet automatisch betekent dat de vraag vermindert, daar moesten we het maar even niet over hebben. Politiek te brisant.

Hoe begrijpelijk ook, mij doet het toch sterk denken aan de peuter die z’n handen voor z’n ogen doet om niet gezien te worden. Op veel plaatsen is er vooralsnog geen doeltreffende, betaalbare vervanger voor aardgas. Volledige elektrificering van de warmtevoorziening heeft alleen zin in gebouwen die optimaal geïsoleerd zijn en daarvan zijn er in ons land nog relatief weinig. Gascentrales zullen in de toekomst nodig blijven om de stabiliteit van de stroomvoorziening in stand te houden nu het aandeel duurzaam gestaag groeit en kolencentrales in de ban worden gedaan. Grote delen van de industrie blijven voorlopig aangewezen op gas, zowel voor hun energievoorziening als voor hun productieprocessen, welke besluiten Wiebes daaromtrent ook neemt. Kortom, Nederland wijkt wat zijn energiemix betreft niet wezenlijk af van zijn buurlanden, waar welonderkend wordt dat aardgas voorlopig een hoofdrol zal blijven vervullen.

De kraan in Groningen gaat hoe dan ook dicht. Na 2022 in ieder geval, het jaar waarin de nieuwe stikstoffabriek van Gasunie Transport Services aan de lijn komt. En hoewel de vraag zeker zal dalen, zullen desondanks grote volumes aardgas geïmporteerd moeten worden. De infrastructuur die we daarvoor nodig hebben, ligt er dankzij de vooruitziende blik van vroegere kabinetten, maar hoe zit het met de markt? Die is sinds de liberalisering van de gasmarkt vrij; iedere commerciële partij kan gas in- en verkopen op handelsplaatsen zoals de Nederlandse TTF. Prima natuurlijk. Maar is dat voldoende om de voorzieningszekerheid te waarborgen? In de landen waarvoor importafhankelijkheid al sinds de ontdekking van het Groningenveld een gegeven is, vertrouwen ze daar kennelijk niet op. Daar sluiten energiebedrijven nog altijd bilaterale langetermijncontracten met gasleveranciers om niet geheel afhankelijk te zijn van de grillen van de markt.

Het zal niet lang meer duren voordat ook wij op dit punt keuzes moet maken. Want dat aardgas, dat blijft echt nog wel even stromen. Ook al is het steeds minder uiten steeds meer naarNederland.

Anton Buijs

(Anton Buijs is manager external affairs van GasTerra en columnist van energiepodium.nl)


U gebruikt een verouderde browser van Internet Explorer die niet meer wordt ondersteund. Voor optimale prestaties raden wij u aan om een nieuwere browser te downloaden. Hiervoor verwijzen wij u door naar:

browsehappy.com sluiten