Elektriciteit: forse afspraken brengen vaart in transitie


Voor meer elektriciteit, legt het Klimaatakkoord een ambitieus basispakket op tafel: 84 TWh in 2030. Dat is goed voor ongeveer 70% van de vraag. De afspraken markeren daarbij drie belangrijke omslagpunten.

Investeringszekerheid na 2025

Nieuwe investeringen op land kunnen tot en met 2025 rekenen op de SDE+, waarbij wordt ingezet op voortgaande kostenreductie. In 2021 gaan partijen onderzoeken of er een alternatief nodig is om investeringszekerheid na 2025 te behouden. Voor wind op zee zet de overheid de aanpak met subsidieloze tenders voort. Dit alles markeert de omslag naar rendabele toepassing.

Flexibiliteit cruciaal

Het tweede omslagpunt betreft het belang van flexibiliteit en waarborgen van leveringszekerheid. Flexibiliteit wordt cruciaal bij grote variatie in aanbod. Periodes met weinig wind of zon vereisen CO2-vrij regelbaar vermogen. Dit leidt tot een uitgebreide actieagenda voor het systeem.

Elektriciteit in andere sectoren

Tot slot wordt verdergaande elektrificatie van andere sectoren essentieel. Nog meer groei vraagt actie en instrumenten aan de vraagkant. De doorrekening van PBL zal aangeven wat mogelijk is.

Het akkoord voor elektriciteit in tien punten:

  1. Basispakket afgesproken

    Er komt 85 TWh duurzame elektriciteit in 2030.

  2. Het Rijk zet de aanpak voor wind op zee voort

    Er komt 11,5 GW in 2030 (49 TWh). TenneT blijft de netaansluiting verzorgen, waarbij de vergoeding uit de nettarieven komt. Kavels worden in de markt gezet via subsidieloze tenders.

  3. Gemeenten zoeken met regionale energiestrategieën

    Ruimte voor 35TWh productie op land. Eind 2019 moet duidelijk zijn hoe regio’s invulling geven aan de landelijke opgave.

  4. Partijen gaan door met kostenreductie

    Het streven is 5 ct/kWh in 2025. Hierbij geldt een voorwaardenpakket dat dit najaar verder wordt uitgewerkt.

  5. SDE+ tot en met 2025

    Voor nieuwe investeringen op land is de SDE+ tot en met 2025 beschikbaar. In 2021 start een onderzoek naar alternatieven (zoals leveranciersverplichting of vraagstimulering) om de zekerheid voor investeringen na 2025 op peil te houden. Begin 2023 wordt definitief besloten of er een opvolger voor de SDE+ komt. Dat alternatief zou begin 2026 in werking moeten treden voor nieuwe projecten.

  6. Draagvlak voor transitie

    Om draagvlak voor de transitie te bereiken en verstevigen is een participatiewaaier afgesproken. Dit najaar vindt een verdere uitwerking plaats.

  7. Er komt een nieuwe Kennis- en Innovatieagenda

    Die agenda zal drie prioriteiten kennen: (1) grootschalige opwek, (2) systeemintegratie en (3) ruimtelijke inpassing.

  8. Flexibiliteit wordt cruciaal bij grote variatie in aanbod

    Periodes met weinig wind of zon vereisen CO2-vrij regelbaar vermogen. Dit leidt tot een uitgebreide actieagenda voor het systeem om flexibiliteit goed te regelen en leveringszekerheid te waarborgen.

  9. Extra elektrificatie bij andere sectoren kan zorgen voor 25-35 TWh extra aanbod

    Opties voor vraagstimulering (met name in industrie) worden dit najaar uitgewerkt.

  10. Versterken ETS of minimumprijs 

    Het rijk zet zich in Europa en regionaal verband maximaal in om het ETS te versterken of door het invoeren van een minimumprijs in EU- of regionaal verband. Voor de nationale CO2-prijs zijn vier varianten op tafel gelegd, maar wordt geen keuze gemaakt. Wel wordt PBL gevraagd twee varianten (regeerakkoord en niet invoeren) te betrekken bij de doorrekening in de zomer.

 

Akkoord Elektriciteit 10 punten


U gebruikt een verouderde browser van Internet Explorer die niet meer wordt ondersteund. Voor optimale prestaties raden wij u aan om een nieuwere browser te downloaden. Hiervoor verwijzen wij u door naar:

browsehappy.com sluiten