Verbruik en Emissies

Deze pagina geeft aan de hand van feiten & cijfers inzicht in het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen in Nederland. De meest energie-intensive sectoren worden in kaart gebracht door middel van cijfers over het gebruik van elektriciteit, warmte en overige grondstoffen. Onderaan de pagina wordt inzicht gegeven in de uitstoot die hiermee gepaard gaat.

Energieverbruik naar sector
Chemische industrie meest energie verbruikende sector van Nederland

26% van het totale energieverbruik in Nederland komt vanuit de chemische industrie. Dit is een optelsom van finaal energieverbruik (het door gebruik opmaken van energie) en niet-energetisch gebruik  (het gebruiken van energie voor het maken van een product dat geen energiedrager is – bv. plastics). Andere grootverbruikende sectoren zijn de energiesector (17%) en de vervoer- en verkeerssector (15%).

Tabel

3.1. Totaal verbruik naar sector (PJ)

Finaal energieverbruik per sector
Het overgrote deel (98%) van de mobiliteitsector maakt gebruik van olie als energieproduct

De opmars van elektrisch transport heeft nog geen grote impact op het totaal. Slechts 2% van de vervoersmiddelen wordt elektrisch aangedreven. De hoeveelheid energie die verbruikt wordt voor transport schommelt de laatste jaren, maar laat een dalende trend zien.

Tabel

3.2.1. Verbruik energiedragers mobiliteit (PJ)

Dalende trend energieverbruik industrie

De industrie leunt voornamelijk op olie (24%) en aardgas (32%) in het finaal energieverbruik. Over de afgelopen 15 jaar is een dalende verbruikstrend zichtbaar.

Tabel

3.2.2. Verbruik energiedragers industrie (PJ)

Gebruik elektriciteit en aardgas in de dienstverlening ongeveer gelijk; samen meer dan 90% van totaalverbruik

Het energieverbruik in de dienstverlening wordt gekenmerkt door een groot aandeel van elektriciteit en aardgas. In tegenstelling tot bij woningen, is het aandeel van aardgas en elektriciteit hier ongeveer gelijk. Dit is te verklaren door intensiever gebruik van apparaten en licht en door het minder hoeven verwarmen gedurende avonduren.

Tabel

3.2.3. Verbruik energiedragers dienstverlening (PJ)

Warmte en aardgas in glastuinbouw debet aan energieverbruik landbouw

Warmte (31%) en aardgas (26%) zijn de meest ingezette energiedragers in de landbouw. Het finaal energieverbruik is constant geweest over de afgelopen jaren. Wel is er een opmars van het aandeel elektriciteit in de energievoorziening zichtbaar van 25PJ in 2011 tot 35PJ in 2018.

Tabel

3.2.4. Verbruik energiedragers landbouw (PJ)

Finaal energieverbruik naar gebruikstype
Overgrote deel van het finaal energetisch verbruik in Nederland gaat naar warmte, al neemt dit aandeel af

Voor energetisch verbruik zijn er drie voornaamste types te onderscheiden: warmte, elektriciteit en motorbrandstoffen. Warmte is de meest dominante van deze drie types, maar neem de afgelopen jaren af, en blijft dat naar verwachting doen.

Tabel

3.3. Finaal energieverbruik naar gebruikstype (PJ)

Finaal elektriciteitsverbruik naar sector
Industrie en dienstverlening grootste verbruikers van energie

34% van de elektriciteit in Nederland wordt gebruikt door de industrie, tegenover 32% in de dienstverlening en 21% in woningen.

Tabel

3.4. Finaal elektriciteitsverbruik (PJ)

Broeikasgasemissies per sector
Industrie en energiesector stoten meeste broeikasgassen uit

In 2018 bedroeg de totale uitstoot van broeikasgassen in Nederland 189 miljoen ton CO2. Sinds 1990 is de totale uitstoot met ongeveer 33 miljoen ton omlaag gegaan (-15%). Die daling is met name toe te schrijven aan het verminderen van de uitstoot van overige broeikasgassen (zoals methaan, lachgas en fluorhoudende gassen). Tot nu toe is de totale uitstoot van het broeikasgas CO2 zelf maar heel beperkt omlaag gegaan. De eerdere afspraken uit het Energieakkoord (2013) en nu het in 2019 afgesloten klimaatakkoord moeten hier na 2020 verandering in gaan brengen.
Industrie en energiesector zorgen voor de grootste bijdrage. In 2018 nemen ze 54% van de totale uitstoot voor hun rekening. Door activiteiten die verband houden met de energietransitie heeft de energiesector in 2030 vermoedelijk nog maar een klein aandeel in de uitstoot van broeikasgassen. In andere sectoren hebben afspraken uit het Energieakkoord naar verwachting nog onvoldoende effect op het verlagen van de uitstoot. Het klimaatakkoord moet daar verandering in brengen.

EU-doel voor 2020 wordt wel gehaald, Urgenda-doel niet

In overeenstemming met Europese afspraken hierover, moet de uitstoot in 2020 in Nederland 20% lager zijn ten opzichte van die in 1990. Dat betekent een maximale uitstoot van 177 miljoen ton. Volgens inschattingen van het PBL zal Nederland dat doel waarschijnlijk halen. De meest recente schatting komt uit op 20 – 21% als middenwaarde. Die waarde ligt vanwege allerlei onzekerheden binnen een bandbreedte van 19-26%.
De rechtszaak van Urgenda tegen de Nederlandse Staat ging erom dat Nederland in 2020 niet 20% maar 25% CO2-reductie zou moeten bereiken. Dus geen 177, maar 166 miljoen ton uitstoot als maximum. De Hoge Raad heeft dit in haar vonnis op 20 december 2019 bekrachtigd.

In de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) gaf het PBL aan dat de CO2-reductie zou kunnen uitkomen op 23% (met een bandbreedte van 19-26%). Na het verschijnen van de KEV heeft het PBL nogmaals gekeken naar de verwachting voor 2020. Die meest recente schatting komt uit op 20-21%. Om uit te komen op 25% zou daarom nog een extra CO2 reductie van 9 miljoen ton gerealiseerd moeten worden.
De situatie op de elektriciteitsmarkt vormt een belangrijke onzekere factor voor het halen van het CO2-doel in 2020. Bij de huidige prijzen van brandstoffen en CO2-rechten zullen Nederlandse gascentrales relatief meer produceren en kolencentrales minder. In die situatie zal Nederland dan ook minder stroom uit het buitenland importeren. Deze bewegingen op de elektriciteitsmarkt hebben hun weerslag op de uitstoot van CO2 in de energiesector. De uitstoot in Nederland kan dan minder snel dalen dan gedacht. Daar staat overigens wel een daling in buurlanden tegenover.

Tabel

3.5. Broeikasgasemissies per sector (Mton CO2-eq)

Nog maar 103 gram CO2 per kWh uitstoot in 2030

De verduurzaming van de elektriciteitsproductie in Nederland gaat gepaard met sterk afnemende emissies. Waar er in 2018 nog gemiddeld 400 gram CO2 per kWh wordt uitgestoten, daalt dit in de komende 10 jaar tot 103 gram CO2 per kWh.

Tabel

3.4.2. Relatieve uitstoot elektriciteitsopwekking

Emissiedoelen klimaatakkoord

In het klimaatakkoord zijn voor de vijf grootste sectoren streefcijfers vastgelegd voor waar de uitstoot per sector in 2030 op uit moet komen. Het gaat om de elektriciteitssector, de industrie, mobiliteit, de gebouwde omgeving en landbouw. Bij alle vijf gaat het om een grote reductieopgave. Alle inspanningen bij elkaar moeten leiden tot een daling van de CO2-uitstoot in 2030 met 49% (ten opzichte van 1990). Per sector zijn afspraken gemaakt over de bijdrage die geleverd wordt om het einddoel te bereiken. In een bijlage van de Klimaat en Energie Verkenning (KEV) van het PBL zijn de plannen uit het klimaatakkoord doorgerekend. Daaruit blijkt dat uitvoering van het Klimaatakkoord de uitstoot fors doet dalen, maar dat de inspanning nog onvoldoende is om de beoogde 49% reductie te halen.

De elektriciteitssector levert de grootste bijdrage aan het behalen van het CO2-doel in 2030. De uitstoot door de opwekking van elektriciteit zal dan naar verwachting circa 75% lager liggen. Ook in de industrie worden forse reducties verwacht, al is het afsprakenpakket nog niet voldoende voor het bereiken van het totale doel van 49%. Bij mobiliteit zorgen de plannen uit het Klimaatakkoord voor een einde aan de jaarlijkse groei van CO2-uitstoot door het verkeer. De plannen zorgen nog niet voor een duidelijke afname van de emissies.

Onderstaande grafieken laten zien wat de huidige emissies zijn, wat de verwachte emissies zullen zijn als de plannen uit het Klimaatakkoord worden doorgevoerd en – tenslotte – wat de streefcijfers voor 2030 zijn.

Emissiereductie tussen 43 – 48% door uitvoering Klimaatakkoord; 2030 emissiedoel buiten bereik
Tabel

3.5.1 Totaal Emissies Klimaatakoord (Mton CO2-eq)

 

Uitstoot elektriciteitsopwekking van 45,2 Mton naar 11,2 – 14 Mton; doel wordt gehaald
Tabel

3.5.1 Emissies klimaatakkoord elektriciteit (Mton CO2-eq)

 

Reductie industrie ca. 55% t.o.v. 1990; emissiedoel wordt nog niet gehaald
Tabel

3.5.1 Emissies klimaatakkoord gebouwde omgeving (Mton CO2-eq)

 

Emissiedoel gebouwde omgeving; net aan haalbaar met huidige plannen
Tabel

3.5.1 Emissies klimaatakkoord industrie (Mton CO2-eq)

Emissie mobiliteit op niveau 1990 met huidige plannen; grootste tekort ten opzichte van 2030-doel
Tabel

3.5.1 Emissies klimaatakkoord mobiliteit (Mton CO2-eq)

10 Mton reductie in landbouw  t.o.v. 2018; lijkt niet haalbaar
Tabel

3.5.1 Emissies klimaatakkoord landbouw ((Mton CO2-eq)

Aandeel broeikasgassen (CO2, CH4, fluor) van totaal
CO2 zorgt voor 85% van het broeikaseffect in Nederland

De bijdrage van Nederland aan het broeikaseffect is bijna volledig toe te schrijven aan de uitstoot van CO2. 15% van de uitstoot komt van methaan, lachgas en fluorhoudende gassen. Methaan en lachgas worden voornamelijk uitgestoten in de landbouw.

Tabel

3.6. Aandeel per broeikasgas (Mton CO2-eq)