Interview Rob Jetten, D66: ‘De energiebranche staat te popelen’

De energiebranche is volop in transitie. Er zijn grote maatschappelijke vraagstukken waar we mee worden geconfronteerd, maar ook veranderende technologie en klantvragen doen een beroep op de wendbaarheid van de branche. Elke maand spreken we prominenten uit het energieveld over hun visie op de sector en de energietransitie. Ditmaal praten we met D66 Tweede Kamerlid Rob Jetten.

Sinds november heeft hij de portefeuille klimaat, energie, gaswinning en circulaire economie. Gekregen van Stientje van Veldhoven, toen zij in het nieuwe kabinet staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat werd. Daarnaast is Jetten ook woordvoerder spoor, ov, taxi, en democratische vernieuwing. Hij vertelt over wat hem opvalt rond de energietransitie: ‘De energiebranche staat te popelen.’

Met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen zijn het vast drukke tijden?

‘Ja dat klopt. We hebben op het moment heel veel debatten. Op de niet Kamerdagen ga ik met de campagnebus mee. Mensen ontmoeten en meedoen met het campagneteam is nuttig, maar ook heel erg gezellig. Ik ben van Heerenveen tot en met Terneuzen en alles daar tussenin geweest. Ik vind het noodzakelijk om de mensen op straat te spreken. Toen ik nog in de gemeenteraad van Nijmegen zat, stonden we met de fractie elke twee weken op straat. Ook buiten verkiezingstijd.’

Je zit nu een jaar in de Kamer. Wat valt je op aan het onderwerp ‘energie’?

‘We hebben mede door de inzet van D66 het groenste Regeerakkoord ooit getekend. Dat zegt wel iets over de prioriteit van het onderwerp. Het leeft enorm in de Kamer. Energie en het klimaat hadden altijd al mijn buitengewone interesse gehad. Toen ik de portefeuille van Stientje onder mijn hoede kreeg, was het Nederlandse Regeerakkoord net getekend. Ik heb toen in een korte tijd heel erg veel kennismakingsgesprekken gevoerd met mensen uit de energiesector.

Je denkt over het algemeen wel een beeld te hebben van energieleveranciers. Maar het viel me tijdens die gesprekken op hoe divers de sector is. Er zijn zo veel verschillende partijen. Dat gaat van grote jongens tot burgerinitiatieven. Ik had verwacht dat er na het sluiten van het regeerakkoord door de grote ambities op klimaat en energie veel kritische reacties uit de energiesector zouden komen. Maar het tegenovergestelde was waar. Heel veel partijen komen naar ons toe met pitches en plannen. Iedereen werkt mee. De energiebranche staat te popelen. En dat is maar goed ook, want nu moeten we resultaat gaan tonen.’

Wat vind jij belangrijk in het nog te sluiten Klimaatakkoord?

‘Een paar zaken. We moeten goede afspraken maken over de uitstoot van CO2. Hierin moeten we realistisch maar ambitieus zijn. We weten dat het realiseren van onze ambities een forse opgave is. Om die ambities te realiseren en het verbruik terug te dringen, hebben we iedereen in Nederland nodig. Ik merk dat voor veel mensen het Parijsakkoord veel te groot en abstract is. We willen het probleem en de oplossingen zo concreet mogelijk presenteren. En vooral vertellen dat een woning energieneutraal maken ook betekent dat je meer comfort krijgt als bewoner én dat het voor je portemonnee beter is.

Dat trekt mensen sneller over de streep. Ik merk dat iedereen bereid is mee te werken aan een mooiere wereld. Maar dan moeten ze wel weten hoe. Straks gaan we in de wijken gasaansluitingen veranderen. Dan pas gaat bij de mensen leven hoe groot de impact van de transitie zal zijn. We hebben het té weinig over wat het akkoord voor de mensen thuis betekent. Het Klimaatakkoord gaat een grote sociaal-maatschappelijke verandering geven. Daar zouden we nu al in de planvorming veel meer rekening mee moeten houden.’

Eric Wiebes heeft gezegd dat hij bij afspraken in het Energie- en Klimaatakkoord zo veel mogelijk wil voorkomen dat er verdrijvingseffecten ontstaan. Hoe zie je dat in het licht van de nationale maatregelen?

‘Om die verdrijvingseffecten voor te zijn moet je goed nadenken. Je moet afwegen: wat regelen we nationaal en wat internationaal? Je wilt niet dat bedrijven zich net buiten de Nederlandse grens gaan vestigen en daar royaal CO2 gaan uitstoten omdat wij in Nederland streng reguleren. Dat is slecht voor onze economie, maar ook voor het milieu. Tegelijkertijd moeten we als Nederland niet te voorzichtig zijn.

Nederland kan vooroplopen in de transitie. Dan moet je soms bereid zijn om wat risico’s te nemen. We zorgen er ook voor dat we de Nederlandse chemie- en grondstoffenstroom vergroenen, door hun warmtebehoefte te reguleren en ze groen te laten produceren. Als dat lukt, kun je voorop blijven lopen. Dus ja, we moeten oppassen voor de verdrijvingseffecten, maar niet bang zijn om voorop te lopen. We kunnen hier bijvoorbeeld innovaties doen en daar een exportproduct van maken.

De wet op het verbod van kolen komt eraan. Dat is spannend, maar het gaat gebeuren. Onlangs was ik bij de TU in Eindhoven. Daar heb ik een presentatie gezien van een nieuw product: ‘Metal to Power’. IJzerpoeder kan energie opslaan. Dit poeder kun je verbranden in een kolencentrale en daarmee energie opwekken. Straks kunnen we in Nederland zeggen: we verstoken geen kolen meer, maar hebben een duurzaam alternatief. Dat is toch prachtig.’

Groningen lijkt nieuw momentum te geven aan de energietransitie van de gebouwde omgeving. Welke maatregelen kunnen we verwachten?

‘Los van het plan dat alle woningen van het gas af gaan, zijn vanaf volgende maand ook het bedrijfsleven en de export aan de beurt. Zij zullen ook tonen hoe ze zonder fossiele brandstof gaan functioneren. We zijn door de bevingen van de laatste tijd wel wakker geschud met zijn allen. Er staat heel veel te gebeuren. Maar de grootste opgave is toch wel om de woningen van het gas af te krijgen. Op buurtniveau zullen mensen een plan gaan maken.

Het is de bedoeling dat provincie, gemeente, bouwers en bewoners met elkaar om de tafel gaan en naar oplossingen gaan kijken. Je bekijkt per project wat de opties zijn. Kunnen de woningen over op elektra? Zijn hybride oplossingen of warmtepompen beter geschikt? Of is er een natuurlijke bron in de buurt? Er zijn veel mogelijkheden. De transitie naar wonen zonder gas zal met horten en stoten gaan, want we hebben geen beproefd protocol klaar liggen, maar we zullen snel en veel leren van de koplopers.’

Welke rol hebben gemeenten in de energietransitie?

‘Hun rol is cruciaal. Zoals gezegd, woningen gaan van het gas af. Dat is voor de ene gemeente makkelijker dan de andere. Kleinere gemeenten hebben misschien wat minder kennis in huis, die moeten de juiste partijen er bij gaan betrekken. Gemeenten moeten ook rekening houden met adaptatie. We hebben nu bijvoorbeeld al extremer weer: daar moet je je openbare ruimte op inrichten.

Meer groen planten en groene daken stimuleren. Ook de decentrale energieopwekking kan meer gestimuleerd worden. Denk aan zonne-energie. Dat neemt nu een vlucht, maar veel daken hebben nog geen panelen. Hier zien we ook een rol voor gemeenten. Zij kunnen energiecoöperaties stimuleren. Ik nodig alle partijen dan ook met klem uit om een goede rol te vervullen in de energietransitie.’


U gebruikt een verouderde browser van Internet Explorer die niet meer wordt ondersteund. Voor optimale prestaties raden wij u aan om een nieuwere browser te downloaden. Hiervoor verwijzen wij u door naar:

browsehappy.com sluiten