ACM zet rem op energietransitie met onvoldoende onderbouwd invoedingstarief 

Energie-Nederland roept de Tweede Kamer op om tijdens de technische briefing van morgen, 9 september, kritisch te toetsen waarom de Autoriteit Consument & Markt (ACM) doorgaat met de voorbereiding van een invoedingstarief voor elektriciteitsproducenten. De vereniging vindt dat de ACM nog altijd niet overtuigend heeft aangetoond dat de veronderstelde voordelen van het tarief opwegen tegen de gevolgen voor investeringen, betaalbaarheid, leveringszekerheid en verduurzaming. 

Een invoedingstarief wordt gepresenteerd als een instrument om netinvesteringen te beperken. Tegelijkertijd ontbreekt nog steeds een duidelijke kwantitatieve onderbouwing van de daadwerkelijke effecten. Het is niet inzichtelijk gemaakt hoeveel netinvesteringen hierdoor worden voorkomen, waar deze effecten optreden en in welke mate eventuele besparingen uiteindelijk terechtkomen bij huishoudens en bedrijven. 

Daartegenover staan tastbare risico’s voor de energiemarkt. Producenten verwerken dergelijke kosten in investeringsbeslissingen, risicopremies en, waar mogelijk, in elektriciteitsprijzen. Beschikbare onderzoeken wijzen erop dat een Nederlands invoedingstarief kan leiden tot minder binnenlandse elektriciteitsproductie, meer import, hogere elektriciteitsprijzen en een grotere behoefte aan subsidies. 

Hoewel invoering volgens de ACM op zijn vroegst vanaf 2032 aan de orde is, zijn de gevolgen van de discussie nu al zichtbaar. Investeringen in nieuwe productiecapaciteit worden jaren van tevoren ontwikkeld en gefinancierd. De aanhoudende onzekerheid beïnvloedt daarom vandaag al investeringsbeslissingen. Dat blijkt onder meer uit de extra budgettaire ruimte die beschikbaar is gesteld voor windenergie op zee, zodat ontwikkelaars in hun biedingen rekening kunnen houden met het risico van een toekomstig invoedingstarief. 

Ook toekomstige aanbestedingen blijven kwetsbaar. De minister van Klimaat en Groene Groei heeft aangegeven dat de onzekerheid rond het invoedingstarief gevolgen kan hebben voor de SDE++-ronde van 2026 en de tender voor 2 GW windenergie op zee. Wanneer cruciale projecten vertragen of minder succesvol verlopen, lopen de maatschappelijke kosten verder op. 

Daarnaast waarschuwen we voor de gevolgen voor de leveringszekerheid. Een invoedingstarief zet de concurrentiepositie van Nederlandse regelbare elektriciteitscentrales onder druk en maakt investeringen in flexibel vermogen minder aantrekkelijk. Daarmee groeit de afhankelijkheid van elektriciteitsimport, terwijl juist extra flexibiliteit nodig is om een duurzaam en betrouwbaar energiesysteem te ondersteunen. 

Nieuwe maatregelen moeten aantoonbaar bijdragen aan een betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam energiesysteem. Daarom vindt de vereniging dat eerst helder moet worden gemaakt welk probleem het invoedingstarief daadwerkelijk oplost, welke maatschappelijke voordelen het oplevert en hoe deze zich verhouden tot de kosten en risico’s. Zolang die onderbouwing ontbreekt, is er geen overtuigende reden om door te gaan met de voorbereiding van dit tarief. 

Gerelateerd nieuws