De Europese Commissie presenteerde op 17 juli drie afzonderlijke voorstellen die belangrijk zijn voor de energietransitie: het Electrification Action Plan, de herziening van het Europese emissiehandelssysteem ETS en nieuwe ruimte voor tariefregulering rond netinvesteringen. Energie-Nederland ziet kansen in de voorstellen, maar benadrukt dat betaalbare elektrificatie, investeringszekerheid en een sterke CO2-prikkel noodzakelijk blijven.
1. Electrification Action Plan: versnellen van elektrificatie
Energie-Nederland is positief over de ambitie van de Europese Commissie om Europa vergaand te elektrificeren. Het indicatieve doel om in 2040 46 procent van de totale energiebehoefte met elektriciteit in te vullen, is daarbij een belangrijk richtpunt. Een groeiende elektriciteitsvraag is nodig voor de verduurzaming van industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving, maar ook voor een gezonde businesscase voor investeringen in elektriciteitsproductie, opslag en infrastructuur.
Elektrificatie draagt door het groeiende aandeel hernieuwbare elektriciteit steeds vaker direct bij aan de vermindering van CO2-uitstoot. Denk aan elektrisch rijden, het verwarmen van woningen met warmtepompen en het verduurzamen van industriële processen met elektrische technologie. Bovendien gaan elektrische toepassingen vaak efficiënter om met energie dan fossiele alternatieven.
Ook het verkleinen van het verschil in kosten tussen gas en elektriciteit is volgens Energie-Nederland positief. Het actieplan erkent terecht dat belastingen daarbij een belangrijke rol spelen. Voor Nederland betekent dit dat de energiebelasting op elektriciteit voor kleinverbruikers op zijn minst gelijk zou moeten worden gebracht aan die op aardgas, bezien op basis van energie-inhoud. Voor grootverbruikers, de industrie en collectieve warmtesystemen zou daarnaast een verlaging richting het Europese minimumniveau moeten worden overwogen. Duitsland heeft deze stap voor de industrie al gezet. Als Nederland volgt, wordt het speelveld hersteld en wordt elektrificatie verder gestimuleerd.
Energie-Nederland steunt daarnaast de duidelijke erkenning van collectieve warmte en koude in het plan. Het Electrification Action Plan zet in op 15 procent collectieve warmte en koude in de Europese warmtevraag in 2030 en op een jaarlijkse groei van warmtenetten met 6 tot 7 procent. Dit is een belangrijke stap: warmtenetten kunnen grote warmtepompen, elektrische boilers, geothermie en restwarmte combineren, flexibiliteit bieden en tegelijk de belasting van het elektriciteitsnet beperken.
2. ETS-herziening: sterke CO2-prikkel blijft nodig
Naast het elektrificatieplan presenteerde de Europese Commissie ook een herziening van het Europese emissiehandelssysteem ETS. Energie-Nederland heeft zich, net als de Nederlandse regering, uitgesproken voor het vasthouden aan een helder afbouwpad richting nul emissierechten in 2040. Zo’n pad geeft bedrijven een duidelijke verduurzamingsprikkel en helpt investeringen in CO2-reductie op gang te brengen.
Tegelijkertijd benadrukt Energie-Nederland dat het ETS alleen onvoldoende zekerheid biedt voor tijdige investeringen. Voor regelbare elektriciteitscentrales, zoals bestaande gascentrales, is aanvullende ondersteuning nodig om op termijn over te kunnen stappen op duurzame brandstoffen zoals waterstof of groen gas.
Energie-Nederland is daarom bezorgd over de aangekondigde afzwakking van het ETS-afbouwpad. Het is onzeker of nieuwe voorwaarden, zoals de verplichting om minimaal 50 procent van de ETS-opbrengsten te investeren in ETS-sectoren en strengere voorwaarden voor langere toekenning van gratis emissierechten, voldoende zijn om die afzwakking te compenseren. Daarmee blijft de vraag of het Europese doel van 90 procent emissiereductie in 2040 binnen bereik blijft.
3. Tariefregulering: netinvesteringen betaalbaar houden
Het derde onderwerp betreft tariefregulering en de financiering van energie-infrastructuur. Energie-Nederland benadrukt al langer dat investeringen in infrastructuur, gezien het grote maatschappelijke belang, deels uit algemene middelen gefinancierd zouden moeten kunnen worden. Dat kan helpen om de impact op nettarieven te beperken.
De Europese Commissie staat dit nu expliciet toe, onder voorwaarden. De financiering moet tijdelijk en niet-discriminerend zijn en gekoppeld worden aan doelen voor verduurzaming en elektrificatie. Energie-Nederland ziet dit als een belangrijke stap om de uitbreiding en versterking van het energiesysteem betaalbaar te houden.
Het is goed dat Europa aandacht heeft voor een toekomstbestendige tariefstructuur en efficiënter netgebruik. Tegelijk zijn nettarieven in de eerste plaats bedoeld om de kosten van het netwerk te dekken. Het zijn geen marktprijzen en zij bevatten daarom maar beperkt informatie over de actuele waarde van elektriciteit of flexibiliteit. Tarieven kunnen gedrag dus slechts beperkt effectief sturen. Meer locatie- of tijdsafhankelijke sturing kan bovendien risico’s, complexiteit en ongewenste neveneffecten voor productie, opslag en elektrificatie veroorzaken, zonder dat daarmee de kosten van het totale energiesysteem dalen.
Voor Energie-Nederland is daarom de eerste prioriteit dat de nettarieven worden gedempt, zodat elektrificatie aantrekkelijk blijft voor huishoudens en bedrijven. Waar tariefprikkels worden ingezet, moeten zij aantoonbaar bijdragen aan lagere kosten van het totale elektriciteitssysteem en mogen zij investeringen in productie, opslag en flexibel verbruik niet ondermijnen.