De Autoriteit Consument & Markt (ACM) publiceert jaarlijks de Rendementsmonitor om inzicht te geven in de financiële positie van de warmtesector. Energie-Nederland ondersteunt deze transparantie, maar de nieuwste cijfers over 2024 laten zien dat de sector het zwaar heeft. De uitkomsten van de nieuwe Regulatorische Accountingregels (RAR) leiden bovendien tot uitkomsten die Energie-Nederland niet volledig onderschrijft.
Het gewogen gemiddelde rendement is voor het eerst sinds 2014 negatief: – 0,3%. Bijna de helft van de bedrijven draait verlies en 80% behaalt een lager dan redelijk rendement. Dit zet investeringen onder druk en vertraagt de warmtetransitie. ACM erkent dat hierdoor de aanleg van nieuwe warmtenetten stagneert; in 2024 investeerden slechts enkele leveranciers in uitbreiding. Energie-Nederland luidt de noodklok over de situatie in de warmtesector waarin nu al jaren extreem lage rendementen worden behaald.
De vernieuwde Regulatorische Accountingregels (RAR) moeten zorgen voor betere kostentoerekening, maar leiden tot uitkomsten die Energie-Nederland niet volledig onderschrijft. Volgens ACM is het rendement op ongereguleerde klanten gemiddeld – 8,6%. Onze analyse: dit komt vooral door verdeelsleutels die kosten van kleinverbruik onterecht toerekenen aan grootverbruik. Hierdoor daalt het rendement van levering aan grootverbruikers en stijgt het voor levering van huishoudens. Dat moet worden gecorrigeerd, omdat anders het gereguleerde rendement hoger wordt gepresenteerd dan reëel.
Samen werken aan oplossingen
Wij waarderen dat ACM onderzoek doet naar uitschieters naar boven, maar vragen ook aandacht voor leveranciers die onder het redelijk rendement zitten. Energie-Nederland dringt aan op maatregelen om de financiële gezondheid van de sector te verbeteren, zodat de warmtesector duurzaam kan investeren in de energietransitie.
Energie-Nederland wil samen met ACM de Rendementsmonitor verbeteren en de RAR-systematiek verfijnen. Dit is cruciaal voor de overgang naar kosten-gebaseerde tarieven onder de Wet collectieve warmte. Daarnaast willen wij met de Rijksoverheid in gesprek over de penibele situatie. Het is van publiek belang dat investeringen in duurzame warmte weer aantrekkelijk worden.