Nederland zit midden in de energietransitie. De afgelopen jaren zijn belangrijke stappen gezet. Inmiddels is ongeveer 55 procent van onze elektriciteitsproductie hernieuwbaar. Tegelijkertijd laat de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2026 zien dat de klimaatdoelen voor 2030 waarschijnlijk buiten bereik blijven en dat ook richting 2040 nog een flinke kloof bestaat tussen ambitie en uitvoering.
Tegen die achtergrond is Energie-Nederland positief over het geactualiseerde Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). Het plan bevestigt dat elektrificatie voor een groot deel van de economie de meest logische en betaalbare route naar verduurzaming is. Ook is het goed dat het NPE duidelijk meer nadruk legt op uitvoering en realisatie.
De komende jaren vraagt die elektrificatie om een forse groei van de elektriciteitsvraag. Het NPE rekent met gemiddeld ongeveer 10 TWh extra vraag per jaar, terwijl de ontwikkeling van duurzame elektriciteitsvraag momenteel achterblijft bij eerdere verwachtingen. Juist daarom is het belangrijk dat elektrificatie aantrekkelijk blijft voor huishoudens en bedrijven.
Het NPE waarschuwt terecht voor het risico dat oplopende nettarieven de overstap naar elektriciteit afremmen. Als minder mensen en bedrijven elektrificeren, moeten de kosten van het elektriciteitsnet over een kleinere groep gebruikers worden verdeeld. Daardoor stijgen de tarieven verder en ontstaat een negatieve spiraal. Snellere elektrificatie helpt juist om netinvesteringen beter te benutten en de kosten over meer gebruikers te spreiden.
Daarom moeten de randvoorwaarden voor elektrificatie op orde zijn. Het NPE constateert zelf dat de noodzakelijke investeringen in het elektriciteitsnet kunnen leiden tot hogere nettarieven, waardoor de overstap van aardgas naar elektriciteit moeilijker wordt. Energie-Nederland vindt daarom dat een deel van deze investeringspiek uit de algemene middelen moet worden gefinancierd. Zo voorkomen we dat de financiering van de energietransitie juist de elektrificatie afremt die volgens het NPE nodig is.
Daarnaast onderschrijft Energie-Nederland de nadruk op zowel sneller bouwen als slimmer benutten van het energiesysteem. Daarbij moet de prioriteit liggen bij het opschalen van bestaande oplossingen, zoals congestiemanagement en capaciteitssturingscontracten. Daarmee kan beschikbare flexibiliteit sneller en beter worden ingezet en ontstaat meer ruimte op het net.
Ook op fiscaal gebied is ondersteuning van elektrificatie noodzakelijk. Het is daarom positief dat het NPE expliciet aangeeft dat prijsverhogende maatregelen, zoals de energiebelasting op elektriciteit, kritisch tegen het licht moeten worden gehouden.
Naast wind op zee blijft ook hernieuwbare energie op land een belangrijke pijler van het toekomstige energiesysteem. Het NPE benadrukt dat zon- en windenergie op land relatief betaalbare vormen van duurzame opwek zijn. Ze dragen bovendien bij aan een betere benutting van het elektriciteitsnet en helpen de energierekening en systeemkosten beheersbaar te houden. Een sterke ontwikkeling van hernieuwbare energie op land is daarmee essentieel voor een betaalbaar, betrouwbaar en robuust energiesysteem.
De investeringsopgave is groot. Volgens het NPE is jaarlijks tussen de 40 en 60 miljard euro aan publieke en private investeringen nodig. Tegelijkertijd laat het plan zien dat de totale kosten van het energiesysteem richting 2050 naar verwachting ongeveer hetzelfde aandeel van het bbp zullen innemen als nu. De uitdaging is daarom niet om investeringen uit te stellen, maar om ze sneller te realiseren, slimmer te plannen en de kosten zo te verdelen dat huishoudens en bedrijven daadwerkelijk worden geholpen bij de overstap naar een duurzaam energiesysteem.
Energie-Nederland ziet in de verdere vertaling van het geactualiseerde NPE naar concreet beleid, inclusief de benodigde wetgeving en financiële middelen, een belangrijke sleutel tot succes. Hoofdstuk 6 van het NPE biedt hiervoor een goede basis. Energie-Nederland roept op om deze uitwerking de komende jaren gezamenlijk vorm te geven in een publiek-private samenwerking, met een blik die verder reikt dan de huidige kabinetsperiode.