Nederland zet stappen om de elektriciteitskosten voor de industrie te verlagen. Dat is nodig en positief. Maar nieuw onderzoek van E-Bridge laat zien dat het verschil met veel andere Europese landen groot blijft. Vooral de hoge Nederlandse nettarieven zorgen ervoor dat elektrificatie hier minder aantrekkelijk is.
Voor grote industriële afnemers liggen de effectieve netkosten in Nederland duidelijk hoger dan in Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Spanje. Voor een grote baseload-afnemer rekent E-Bridge met €14,58/MWh aan Nederlandse netkosten, tegenover €1,35/MWh in Duitsland en €0,78/MWh in Frankrijk. Voor elektrolysers is het verschil nog groter: €23,04/MWh in Nederland, terwijl Duitsland deze groep volledig vrijstelt van nettarieven.
Dat verschil ontstaat niet doordat elektriciteit in Nederland op zichzelf uitzonderlijk duur is. Voor grote industriële afnemers liggen de commoditykosten bijvoorbeeld relatief dicht bij Duitsland en België. Het grote verschil zit juist in de manier waarop landen hun nettarieven en tegemoetkomingen voor de industrie hebben ingericht. Duitsland trekt in 2026 €6,5 miljard uit om de transmissienettarieven te verlagen. Ook Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Spanje kennen forse kortingen of compensaties op netkosten voor energie-intensieve bedrijven
Daarmee ontstaat een probleem dat verder gaat dan alleen de concurrentiepositie van de bestaande industrie. Nederland wil de komende jaren juist méér elektrificeren. Bedrijven moeten investeren in elektrische boilers, warmtepompen, elektrolysers en andere technologieën om aardgas en andere fossiele brandstoffen te vervangen. Als de nettarieven hier veel hoger zijn dan in omringende landen, wordt het juist moeilijker om die investeringen in Nederland rendabel te krijgen.
Bovendien dreigt het probleem groter te worden. De nettarieven voor grootverbruikers kunnen richting 2040 reëel oplopen tot circa 1,7 tot 2,3 keer het niveau van 2026. Als daardoor elektrificatie achterblijft, moeten de grotendeels vaste kosten van het elektriciteitsnet bovendien over minder gebruikers worden verdeeld. Dat kan de tarieven verder onder druk zetten.
Femke Brenninkmeijer, voorzitter van Energie-Nederland, zegt: “Wij maken ons zorgen dat de hoge Nederlandse nettarieven investeringen in verduurzaming afremmen en onze industrie op achterstand zetten. Bedrijven hebben langjarig, voorspelbaar beleid nodig om de stap naar elektrificatie te kunnen zetten. Energie-Nederland pleit voor structureel extra geld om de nettarieven te dempen. Zo houden we het stroomnet betaalbaar, terwijl de noodzakelijke investeringen in het net doorgaan. Onze industrie ondervindt al stevige concurrentie van buiten Europa; daarom moeten we binnen Europa ten minste zorgen voor een gelijk speelveld”
De eerste stap is gezet, nu is een structurele aanpak nodig
Het is positief dat het kabinet volgend jaar extra middelen beschikbaar stelt om de nettarieven voor de industrie te dempen.Dat is een belangrijke eerste stap. Maar voor bedrijven die willen investeren in elektrificatie is een eenmalige maatregel niet voldoende. Zij hebben behoefte aan langjarig en voorspelbaar beleid, zodat zij met vertrouwen kunnen investeren. Het onderzoek van E-Bridge laat zien dat Nederland daarbij niet alleen naar de situatie van vandaag kan kijken. Ook richting 2030 blijven hoge netkosten en het ontbreken van vergelijkbare tegemoetkomingen een belangrijk nadeel voor grote industriële afnemers.
Energie-Nederland schat dat jaarlijks € 1 miljard aanvullend nodig is om de nettarieven voor de industrie te dempen. We roepen het kabinet daarom op dit bedrag structureel beschikbaar te stellen via een fonds voor de energietransitie. De investeringen in het elektriciteitsnet moeten doorgaan, maar de rekening daarvan moet slimmer in de tijd en over gebruikers worden verdeeld. Een meerjarige bijdrage van het Rijk kan de nettarieven dempen zonder de noodzakelijke netinvesteringen af te remmen. Daarmee ontstaat continuïteit en krijgen bedrijven meer zekerheid voor hun investeringen in elektrificatie.