Energie-Nederland heeft kennisgenomen van het onderzoek van Trinomics en Blueterra in opdracht van het Ministerie naar de gevolgen van ETS2 en de bijmengverplichting groen gas voor warmtenetten. Voor Energie-Nederland staat centraal dat gedurende fase 1 van de Wet collectieve warmte het Niet Meer Dan Anders-principe (NMDA) geldt. Dat is de door de wetgever gekozen systematiek. Er zou zeer terughoudend moeten worden geacteerd met afzonderlijke correcties op het NMDA principe en daar moet niet via afzonderlijke correcties of uitzonderingen van worden afgeweken.Â
ETS2 en de bijmengverplichting verhogen de kosten van aardgas voor huishoudens en daarmee ook de gasreferentie waarop het maximumwarmtetarief is gebaseerd. Het is daarom logisch en juridisch consistent om deze kostencomponenten mee te nemen in het NMDA-tarief. Het maken van uitzonderingen of aanvullende correcties op het NMDA-principe leidt tot verdere uitholling van een systematiek die de afgelopen jaren al meerdere keren is aangepast, onder andere via de spoedwet verlaging warmtetarieven en latere wijzigingen rondom energiebelasting. Verdere ‘cherry picking’ binnen het NMDA-stelsel vergroot de complexiteit, vermindert de voorspelbaarheid en ondermijnt het vertrouwen in de regulering.
Daarbij is het belangrijk om de financiële positie van de sector in ogenschouw te nemen. Warmtebedrijven realiseren al jaren lage rendementen. De ACM heeft recent bevestigd dat er geen sprake is van structurele overwinsten in de warmtesector. De rendementsmonitor laat juist zien dat een groot deel van de sector moeite heeft om een adequaat rendement te behalen. Het beeld dat warmtebedrijven collectief zouden profiteren van extra tariefruimte zonder dat daar kosten tegenover staan, past niet bij de feitelijke financiële situatie van de sector. Bovendien zijn bedrijven gebonden aan de rendementstoets van de ACM. Warmtebedrijven kunnen tarieven dus niet onbeperkt verhogen, maar uitsluitend binnen de grenzen van een redelijk rendement.
Het rapport maakt daarnaast zichtbaar dat een aantal specifieke typen warmtenetten zwaar wordt geraakt door ETS2 en de bijmengverplichting. Deze problematiek staat echter niet op zichzelf. De betreffende netten zijn de afgelopen jaren ook al geconfronteerd met forse lastenverzwaringen door wijzigingen in de energiebelasting en de beperking van de inputvrijstelling voor WKK-installaties terwijl juist deze netten vanwege hun flexibiliteit ook bij kunnen dragen aan het ‘verzachten’ van netcongestie. Het rapport laat zien dat voor sommige netten de cumulatieve effecten inmiddels kunnen oplopen tot meer dan €15/GJ.
Tegen deze achtergrond is het des te problematischer dat de overgang naar kostengebaseerde tariefregulering in fase 2 steeds verder naar de toekomst verschuift. Warmtebedrijven verkeren hierdoor in een langdurige tussenfase waarin zij enerzijds worden geconfronteerd met nieuwe kostenprikkels en verduurzamingseisen, terwijl anderzijds het toekomstige reguleringskader nog niet beschikbaar is. Deze onzekerheid beperkt de investeringsruimte en bemoeilijkt de verduurzaming die juist van de sector wordt gevraagd.
Wij ondersteunen daarom het uitgangspunt dat ETS2 en de bijmengverplichting groen gas gedurende fase 1 conform de huidige wetssystematiek onderdeel blijven van de NMDA-gasreferentie. Tegelijkertijd onderstrepen de resultaten van het onderzoek het belang om de invoering van kostengebaseerde tariefregulering onder fase 2 van de Wet collectieve warmte zo snel mogelijk te realiseren, mogelijkerwijs in een versimpelde tariefregulering.
Tot slot vragen wij aandacht voor de groep warmtenetten die in het rapport als meest kwetsbaar naar voren komt. Het onderzoek laat overtuigend zien dat verduurzaming voor deze netten vaak wordt belemmerd door beperkte schaalgrootte, hoge investeringskosten, ruimtelijke beperkingen en toenemende netcongestie. Voor deze systemen zijn generieke prijsprikkels onvoldoende. Gericht maatwerk is nodig om reële verduurzamingsopties mogelijk te maken.