Energie-Nederland positief over uitspraak CBb redelijk rendement warmteleveranciers 

EnergieNederland is tevreden met de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) over het rendement voor warmteleveranciers, het WACC-besluit. Het CBb stelt duidelijk dat de toezichthouder ACM moet zorgen voor een redelijk rendement voor warmtebedrijven. 

Daarbij moet volgens het CBb, en de onafhankelijke deskundigen, rekening worden gehouden met het asymmetrisch reguleringsrisico waar warmtebedrijven mee te maken hebben. Hun winst is namelijk gemaximeerd, maar als ze verlies lijden, is dat volledig voor hun eigen rekening. Dit maakt investeren risicovol en rechtvaardigt dat warmtebedrijven een iets hogere vergoeding krijgen voor dat risico. 

Het CBb erkent ook dat warmtebedrijven sterk van elkaar verschillen, en verder ook van grote beursgenoteerde bedrijven. Ze zijn vaak kleiner en anders georganiseerd dan die grote bedrijven. Daardoor zijn warmtebedrijven onderling niet goed met elkaar te vergelijken en niet met grote bedrijven. Ook deze verschillen moeten worden meegewogen bij het vaststellen van een redelijk rendement via een opslag op het eigen vermogen van 1 procentpunt. 

Zorgelijke financiële situatie warmtesector
Deze uitspraak moet worden gezien in het licht van de huidige financiële situatie in de warmtesector. Die is namelijk zorgelijk. Uit cijfers van de ACM blijkt dat de gemiddelde opbrengst voor warmtebedrijven zelfs negatief is: –0,4% tegenover een redelijk rendement van ca. 7%. Veel bedrijven verdienen dus helemaal geen redelijk rendement. Dat betekent dat warmtebedrijven niet of nauwelijks kunnen investeren in opschaling en verduurzaming van warmtenetten.  

De uitspraak van het CBb helpt om het kader te verduidelijken, maar is op zichzelf niet genoeg om de sector financieel gezond te maken. Daarvoor is ook aanvullend beleid van het Rijk nodig, zodat investeringen in warmtenetten daadwerkelijk van de grond kunnen komen. 

Gerelateerd nieuws