Energietransitie

De wereld staat voor de enorme opgave om van fossiele brandstoffen over te stappen naar volledig duurzame bronnen, zoals wind- en zonne-energie. De energiesector loopt voorop in deze transitie naar een duurzame en CO₂-arme energievoorziening. Op deze pagina wordt aan de hand van feiten en cijfers in kaart gebracht waar Nederland staat in de energietransitie op gebied van het opwekken van elektriciteit en het voorzien in warmte.

Elektriciteitsproductie in Nederland
75% van elektriciteit geproduceerd uit hernieuwbare bronnen in 2030

De elektriciteitsmix zal de komende tien jaar sterk gaan veranderen. Met de opkomst van windenergie en zonne-energie zal 75% van de productie van elektriciteit in 2030 uit hernieuwbare bronnen komen. Op dit moment zijn duurzame bronnen goed voor circa 15% van alle geproduceerde elektriciteit.
Het aandeel van kolen in de mix daalt. Na een piek in 2015 neemt het belang van kolen af. De eerste daling is ingezet door de sluiting van vijf kolencentrales; in 2016 (3 stuks) en juni 2017 (2 centrales). Daarbovenop is eind de Hemwegcentrale van Vattenfall gesloten. Als gevolg van het kabinetsbeleid zal het gebruik van kolen in 2030 geheel zijn uitgefaseerd.

Tabel

1.1. Productie elektriciteit (TWh)

Duurzame elektriciteitsproductie in Nederland en buitenland
Windenergie gaat grootste bijdrage leveren aan verduurzamen van elektriciteitsproductie

De energietransitie in Nederland zal voor het grootste gedeelte worden gedragen door windenergie. De komende 10 jaar zal er jaarlijks een groot nieuw windpark op zee in productie komen. Wind op land en zee zullen samen in 2030 circa 60% van alle duurzame elektriciteit in Nederland leveren. Ook zal er op grote schaal zonne-energie worden geproduceerd. Zon levert in 2030 naar verwachting 25% van alle duurzame elektriciteit. Het aantal zonnepanelen in Nederland groeit de komende jaren veel harder dan de capaciteit van wind. Door de relatief lagere opbrengst van zonnepalen in vergelijking met wind is de bijdrage aan de stroomproductie uiteindelijk kleiner. Elektriciteit uit biomassa is nu nog goed voor circa de helft van alle duurzame stroomproductie. Naar verwachting zal dat aandeel de komende jaren gaan dalen.

Tabel

1.2.1. Productie duurzaam (TWh)

Nederland in vergelijking met buurlanden achterop met 2020-doelstelling

14% van het bruto finaal verbruik in 2020 moet van hernieuwbare bronnen komen in Nederland. Nederland zal dit doel niet halen en blijft met de huidige plannen steken op circa 12% in 2020. Vergeleken met onze buurlanden loopt de realisatie in Nederland achter op de afgesproken Europese doelen. Met name Scandinavische landen zijn overtuigend op koers voor hun doel in 2020.
In 2023 gaat Nederland het doel uit het Energieakkoord van 16% reductie waarschijnlijk wel realiseren. Die inhaalslag komt vooral tot stand doordat de komende vijf jaar een nieuw windpark op zee wordt opgeleverd.
Scandinavische landen halen veel van hun energie uit waterkracht.

Tabel

1.2.2. Percentage hernieuwbaar buitenland (%)

Opgesteld vermogen elektriciteitsproductie in Nederland
Verdrievoudiging vermogen zonne-energie en uitfasering kolen in 2030

In de komende tien jaar gaat er veel veranderen in het opgesteld vermogen van elektriciteitsproductie. Het vermogen aan zonne-energie stijgt van 3 GW in 2019 naar 27 GW in 2030. Het vermogen aan windmolens op zee stijgt van 1 GW (2019) naar 11 GW (2030).
Door de sterke groei in duurzame opwekcapaciteit zal het aantal gascentrales dat actief is in de Nederlandse markt waarschijnlijk terug gaan lopen. Investeerders kunnen mogelijk wel besluiten deze centrales in de mottenballen te plaatsen. Voldoende flexibele capaciteit van zulke centrales is namelijk nodig om achter de hand te hebben voor het produceren van stroom op momenten dat wind en zon onvoldoende produceren.

Tabel

1.3. Opgesteld vermogen productie elektriciteit (MW)

Warmteproductie in Nederland
Aardgas is en blijft dominante brandstof voor Nederlandse warmteproductie

79% van de geproduceerde warmte in Nederland komt van het verbranden van aardgas. De opkomst van warmtebronnen als geothermie, restwarmte uit de industrie en warmtepompen gaat gestaag, maar zal op korte termijn naar verwachting niet veel veranderen aan het huidige beeld.

Tabel

1.4. Brandstofmix Warmte (TJ)

Warmtevoorziening gebouwde omgeving
Aandeel aardgasgebruik voor warmtevoorziening van de gebouwde omgeving daalt van 76% naar 67% in 2030

Vooralsnog is de verwachting dat de meeste gebouwen in 2030 verwarmd zullen worden met aardgas. De transitie in de gebouwde omgeving gaat daarmee minder snel dan die van de productie van elektriciteit. Door betere isolatie en een hoger rendement van CV-ketels daalt de vraag naar warmte wel.

Tabel

1.5. Warmtevoorziening Gebouwde Omgeving (%)

Exponentiële groei aantal warmtepompen in afgelopen 10 jaar

Het aantal warmtepompen is de afgelopen jaren extreem toegenomen. Zowel in de gebouwde omgeving, als in kassen is het aantal warmtepompen exponentieel aan het groeien.

Tabel

1.6. Warmtepompen (aantal)

19 grote warmtenetten in Nederland

In Nederland zijn er in totaal ca. 10.000 warmtenetten. Bij 19 warmtenetten gaat het om een levering van meer dan 150 PJ. In 2023 heeft ook Dordrecht een warmtenet met deze grootte. De grootste warmtenetten bevinden zich in Rotterdam, Utrecht en Almere die alle drie meer dan 50.000 aansluitingen voorzien. Deze 19 warmtenetten hebben in 2018 gezamenlijk ca. 328.000 aansluitingen. Het kaartje hieronder geeft een overzicht van de grote warmtenetten in Nederland, waarbij de grootte van de stip het aantal aansluitingen symboliseert.